Schrijven voor het web is niet literair

Studies wijzen uit dat mensen op het web niet veel lezen maar eerder scannen.
Voor de meeste mensen is het moeilijker om te lezen van een scherm, gemiddeld gaat dit zo'n 25% trager. Ook is de lezer ongeduldig - het web heeft miljoenen pagina's om uit te kiezen!

Daarom zijn teksten op een website best bondig met een duidelijke titel en intro. Bij voorkeur luchtig in paragrafen en puntjes opgedeeld met de belangrijke woorden in het vet.

Gebruik hyperlinks om naar uitgebreidere informatie te verwijzen en voorzie een zoekfunctie.

Vermijd al te lange pagina's om tegen te gaan dat de bezoeker afhaakt.
Als je echt lange teksten hebt waarbij inkorten af doet aan de informatie dan is het aangewezen de volledige tekst aan te reiken in printformaat.

Web versus papier

  • Link
    Essentieel voor het internet is de hyperlink: het doorverwijzen naar andere pagina’s op het web. De tekst kan in stukken worden opgediend.
  • Lezen vanaf het beeldscherm
    Je zit niet lekker in een stoel, het leest minder gemakkelijk (trillend scherm).
    Dus aan de auteur de taak het prettig leesbaar te maken (zie bv. www.bbc.com -> grote foto, teasers, groot corps/letter.
  • Multimediaal
    Presentaties, video, formulieren maken een website nuttiger en aangenamer.
  • 24 uur per dag publiceren
    Nieuws hoeft niet te wachten (elk moment van de dag, real time).
  • Nazoeken/archivering
    Internet als een grote bibliotheek, dat stelt ook eisen aan de inrichting van je website.
    (zie de populaire startpagina’s: www.startpagina.be, direct zoeken mogelijk)
  • Personalisering
    Op maat bediend met nieuws en berichtgeving, naar eigen inzicht in te richten.
    vb. www.yahoo.com en www.google.be/ig
  • Ander formaat
    Webpagina’s zijn geen krantenpagina’s.
  • Interactiviteit/directe reactie
    Lezers worden direct betrokken bij wat je doet, hun feedback is ook weer te gebruiken. (forum)
    En lezers zien direct resultaat als ze iets doen.
  • Geen beperking in lengte (scrollen…) is tegelijkertijd een nadeel (als je nooit een punt kan zetten). Vermijd scrollen.

Bedenk voor je gaat schrijven

Vraag: ‘Hoe lezen gebruikers op internet?
Antwoord: ‘Ze lezen niet’ (stelt Jakob Nielsen, een van de goeroe’s als het gaat om schrijven voor het web c.q. lezen vanaf een beeldscherm.)
“People rarely read Web pages word by word; instead, they scan the page, picking out individual words and sentences. In a recent study John Morkes and I found that 79 percent of our test users always scanned any new page they came across; only 16 percent read word-by-word.” (onderzoek 1997)

Mensen lezen bovendien 20-30 procent langzamer dan vanaf papier. Het oog is gefixeerd op het hart van een venster. Dat stelt eisen aan de pagina’s die je presenteert. De lezer is ongeduldig (het web heeft miljoenen pagina’s om uit te kiezen!). De gebruikers ‘snellen koppen’. De gemiddelde gebruiker leest van een artikel alleen de kop en de intro, de rest wordt uitgeprint en gaat de tas in (tenzij iemand zeer specifieke belangstelling heeft voor een onderwerp).

Doelgroep:Wie is de doelgroep waarvoor je schrijft? / Wie wil je bereiken?

Algemeen, journalistieke principes

De 5 W’s, hoe en de bron
(wie, wat, waar, wanneer en waarom, hoe en de bron).
De Europese Unie [WIE] verscherpt de sancties tegen Birma [WAT] omdat de militaire junta onvoldoende hervormingen doorvoert [WAAROM].
De Europese ministers van Buitenlandse Zaken [BRON] hebben daarom in Luxemburg [WAAR] besloten om nog meer beperkingen te stellen aan investeringen in Birmese overheidsbedrijven [HOE].

[WANNEER] is duidelijk (moment van schrijven), maar soms is het goed erbij te zetten dat het [maandag] is besloten. Gebruik geen ‘vandaag’.

  • Maak actieve zinnen
    Begin met onderwerp en gezegde. Vermijd lijdende vormen: ‘De sancties tegen de Birmese junta worden door de lidstaten van de EU verscherpt’.
  • Begin met het belangrijkste: wat?, wanneer? wie?
  • Gebruik werkwoorden in de sterkste vorm
    Eenvoudige tegenwoordige of verleden tijd.
  • Gebruik krachtige woorden aan het begin (en einde) van zinnen en paragrafen.
    Bijv: (Eerste alinea na een lead in een nieuwsbericht)
    ‘Vruchtbare grond is schaars in het dichtbevolkte Kenia. Slechts 20 procent van het land is geschikt voor landbouw, de rest is savannegrond. Het grootste deel van de bebouwbare grond is in handen van blanke grootgrondbezitters, rijke Kenianen en corrupte politici.’